Nieuws

Auto-immuunziekten worden een steeds groter maatschappelijk probleem

Iedereen kent tegenwoordig wel iemand met een auto-immuunziekte. Al heeft uw buurvrouw geen last van diabetes, dan heeft u wellicht wel een neefje met de ziekte van Crohn. Waar het lijstje met auto-immuunziekten twee decennia terug nog uit zo’n 20 aandoeningen bestond, barst het lijstje vandaag de dag uit zijn voegen met maar liefst 156 geregistreerde auto-immuunaandoeningen. En ging het twintig jaar terug nog overwegend om algemeen bekende aandoeningen, zoals reuma en MS, tegenwoordig prijken er ook veel minder bekende ziekmakers op, zoals coeliakie en de ziekte van Ménière. Steeds duidelijker wordt dat stress een belangrijke oorzaak is.

Auto-immuunziekten kunnen een verlammende en vernietigende uitwerking hebben op lichaam en geest. Ze kunnen zich zowel op het hele lichaam richten als op specifieke organen. Opvallend is de sterke groei van auto-immuunverstoringen in de huid, zoals onder meer Psoriasis. Maar wat is een auto-immuunziekte eigenlijk? Bij een auto-immuunziekte werkt het afweersysteem niet goed. Uw afweersysteem heeft de taak om u te beschermen tegen ontstekingen (infecties). Oorzaken van infecties zijn bijvoorbeeld bacteriën of een virus. Bij mensen met een auto-immuunziekte functioneert het afweersysteem niet goed. Dan vallen de cellen niet alleen schadelijke invloeden (van buitenaf) aan, maar ook de eigen, gezonde cellen van uw lichaam. Hierdoor kan er schade aan weefsels en organen ontstaan. Welke klachten iemand krijgt bij een auto-immuunziekte, hangt af van het soort cellen dat door het afweersysteem wordt aangevallen.

Bescherming tegen infecties

Het afweersysteem bestaat uit veel verschillende soorten cellen die in ons hele lichaam zitten. Normaal beschermen deze cellen ons lichaam tegen schadelijke invloeden van buitenaf, zoals infecties. Ze spelen bijvoorbeeld ook een rol in de bestrijding van kankercellen. Bij auto-immuunziekten keert de afweer zich actief tegen het eigen lichaam. Een interessante vraag is waarom het aantal auto-immuunziekten zo explosief is gestegen, evenals het sterk groeiend aantal mensen dat eronder gebukt gaat. Het antwoord is verrassend eenvoudig en bestaat uit één woord: stress. Vergeleken met enkele decennia terug leven we in een steeds gejaagdere maatschappij, waarin steeds meer gevraagd wordt van mensen. Alhoewel de een hier anders op reageert dan de ander, levert het gemiddeld genomen veel meer stress op dan pakweg twintig jaar geleden. 

Steeds meer stress

Maar waarom leidt die toegenomen stress dan tot zo’n explosieve groei van auto-immuunziekten? Wel nu, dat heeft heel veel te maken met de rol van de bijnier. Dit orgaan, waar u er twee van heeft, produceert stresshormonen, zoals bijvoorbeeld adrenaline, noradrenaline en cortisol. Deze hormonen worden afgegeven aan het bloed. Hormonen kunnen boodschappen doorgeven aan andere organen of weefsels in het lichaam die gevoelig zijn voor de werking van hormonen. Een hormoon kan een remmend of juist een stimulerend effect hebben. Zo beïnvloeden hormonen veel verschillende reacties in het lichaam. Als de stress lang aanhoudt, heeft dit effect op de productie van stresshormonen door de bijnieren. Die neemt ongewenst toe.

Verdedigingsmechanisme

Het immuun- of afweersysteem is ons verdedigingsmechanisme dat ons beschermt tegen indringers van buitenaf. Het ruimt iedere dag ziekteverwekkers op en beschermt tegen infecties. Het bevindt zich door ons hele lichaam. Onder meer onze huid, darmen, luchtwegen, bloed en lymfestelsel maken er deel van uit. Dat brengt ons op de cruciale functie van de dunne darm, die voor wel 80% verantwoordelijk zijn voor het functioneren van ons immuunsysteem. Alles wat we eten passeert onze dunne darm. Daarmee kun je de dunne darm met wat fantasie vergelijken met een politiebureau dat erop toeziet dat alles gaat zoals het hoort. Al het voedsel dat vanuit de maag komt, wordt in de dunne darm, die zo’n twee meter lang is, met behulp van enzymen afgebroken tot kleinere deeltjes, die door de poriën van de darmwand kunnen. Zoals gezegd komt het immuunsysteem als gevolg van stress onder druk te staan, waardoor het verzwakt. Het gevolg hiervan kan zijn dat het lichaam een intolerantie ontwikkelt voor een bepaalde stof. Vaak komt deze stof voor in voeding, die iemand vaak eet. Denk bijvoorbeeld aan melk, een kiwi of een ei. Als tegenreactie op zo’n stof ontwikkelt het lichaam antigenen. Dit zijn lichaamsvreemde stoffen, zoals virussen en bacteriën.  

Ontstekingen

Als het afweersysteem antigenen detecteert, vormt het vervolgens immunoglobuline (IgG). Deze immunoglobuline, type G, is één van de vijf bestaande immunoglobulines in ons lichaam. Het wordt aangemaakt bij aanwezigheid van grotere hoeveelheden van of een herhaald contact met het antigeen. Het IgG-molecuul kan beschouwd worden als een typische antistof. Doordat deze antistof zich aan de lichaamsvreemde stoffen bindt, kunnen deze onschadelijk worden gemaakt. Deze IgG-moleculen kun je vergelijken met een politieagent, die een inbreker (lees: antigeen) probeert in te rekenen. Bij dit ‘gevecht’ in het lichaam komen echter toxische stoffen vrij, die als negatieve eigenschap hebben dat ze ontstekingen veroorzaken. Cytokinen en chemokinen zijn voorbeelden van toxische stoffen, die op deze manier vrijkomen. De lever moet deze toxische stoffen neutraliseren, maar kan dit niet bijbenen. Het resultaat is dat deze toxische stoffen in de bloedbaan terecht komen, waardoor het lichaam verzuurt. Als dit het geval is treedt er een ontsteking op van de poriën van het epitheelweefsel, waaruit de darmwand bestaat. Hierdoor worden de poriën ruimer met als resultaat dat er meer toxische stoffen worden doorgelaten. We noemen dit verschijnsel ook wel ‘leaking gut’ ofwel lekkende dunne darm. Deze ontstekingen leiden veelal tot een opgeblazen gevoel. Voor mensen, die zijn gediagnosticeerd met een auto-immuunziekte, is dit een bekend fenomeen, net als de sterke vermoeidheid waaronder ze gebukt gaan.

Lekkend brein

Aangezien er elke minuut een liter bloed de hersenen passeert, betekent dit dat ook het brein wordt aangetast. Het brein wordt omsloten door drie hersenvliezen die de hersenen beschermen. Deze hersenvliezen (bloed-brein-barrière) bestaan uit hetzelfde weefsel als de dunne darm (darm-barrière), het zogenaamde epitheelweefsel. De poriën in dit weefsel maken het mogelijk om enerzijds voedingsstoffen op te nemen en anderzijds afvalstoffen, waaronder toxische stoffen, af te voeren. Voor de hersenen geldt hetzelfde als voor de darmen. Als de cytokinen de hersenen bereiken, dan treedt er een ontsteking op van de poriën van het epitheelweefsel. Hierdoor worden de poriën ruimer met als resultaat dat er meer toxische stoffen worden doorgelaten. Op deze manier is er sprake van een ‘leaking brain’, net zoals er bij de darmen sprake kan zijn van een ‘leaking gut’. Dit uit zich onder andere in een minder goede werking van de hypofyse. Dit is een belangrijk orgaantje in ons hoofd, ter grootte van een erwt. Op de hypofyse liggen minuscule ‘eilandjes’ van hormoonproducerende cellen, die elk een ander hormoon produceren, die op hun beurt zorgen voor een goed functioneren van vitale organen, zoals bijvoorbeeld de schildklier en de bijnier. Als deze hormonen niet op reguliere momenten worden geproduceerd, beïnvloedt dit het immuunsysteem. Uiteindelijk krimpt het brein en beschadigt het totale besturingsmechanisme, wat kan leiden tot een veelheid aan klachten, variërend van cognitieve klachten, hoofdpijn en motorische en sensorische problemen tot moeite met concentreren en focussen.  

Delicate schildklier

Naast de hiervoor besproken brein-darm link is ook de link dunne darm-schildklier uitermate kwetsbaar. Met name bij vrouwen tussen de 40 en 55 jaar ontstaan problemen met de schildklier, veroorzaakt doordat de cytokinen bij de schildklier komen. Dit is uitermate vervelend aangezien de schildklierhormonen een rol spelen in vrijwel alle lichaamsweefsels en organen, van de spier in de grote teen tot de zenuwbaan in de lever. Het disfunctioneren van de schildklier kan zich onder meer uiten in een vertraagde (hypo) of juist in een versnelde (hyper) stofwisseling. De ziekte van Hashimoto en de ziekte van Graves zijn de bekendste auto-immuunziekten waarbij de schildklier betrokken is. Bij de ziekte van Hashimoto gaat de schildklier geleidelijk langzamer werken terwijl bij de ziekte van Graves juist sprake is van een te snel werkende schildklier. Typische klachten bij een langzame schildklier zijn haarverlies, een droge huid, obstipatie, gewichtstoename, spierpijn, vermoeidheid en vergeetachtigheid. Typische klachten bij een snelle schildklier zijn hartkloppingen, zweten, afvallen en een gejaagd gevoel. Veel klachten komen echter ook voor bij andere aandoeningen. Dit maakt het voor de arts onmogelijk een diagnose te stellen op basis van de klachten alleen. Bloedonderzoek moet uitsluitsel geven of de schildklier de oorzaak kan zijn van de klachten. Het Functioneel Neurologisch Instituut is geëquipeerd om dit bloedonderzoek uit te voeren. 

Vitamine D tekort

Het Functioneel Neurologisch Instituut is mede gespecialiseerd in de behandeling van patiënten met een auto-immuunziekte. Wat hierbij opvalt is dat veel mensen met een auto-immuunziekte kampen met een chronisch tekort aan vitamine D. Terwijl juist vitamine D de belangrijkste energiebron is voor het immuunsysteem. Aanvulling met een hoogwaardig vitamine D supplement is in het geval van een chronisch tekort dan ook aan te raden. Het Functioneel Neurologisch Instituut adviseert bij vitamine D suppletie te kiezen voor het supplement XO-D. 

Moe na het eten

Twijfelt u zelf of u last heeft van een auto-immuunziekte? Dan is een goede indicator hoe u zich voelt na het eten. Heeft u vaak binnen een half uur na het eten last van een opgeblazen gevoel en bent u misschien ook wel vaak moe na het eten? Dan is de kans groot dat u een auto-immuunaandoening heeft. Datzelfde is het geval als u steevast binnen een half uur à een uur na het eten naar het toilet moet. Ook de manier waarop uw ontlasting eruitziet, vormt een goede indicatie voor de mogelijke aanwezigheid van een auto-immuunaandoening. Twee onderzoekers van de universiteit van Bristol kwamen aan het eind van de vorige eeuw ook al tot die conclusie. Zij ontwikkelden een ontlastingsschaal, de Bristol Stool Chart. De schaal omschrijft zeven vormen van ontlasting, van zeer hard (obstipatie) tot waterig (diarree). Tot op de dag van vandaag gebruiken veel artsen en therapeuten deze schaal om aan mensen uit te leggen hoe de ontlasting eruitziet. 

Vorm 1
Harde ingedroogde keutels met een moeilijke stoelgang

Vorm 2
Een harde, klonterige worst

Vorm 3
Zachte worst met barstjes aan de buitenkant

Vorm 4
Zachte en gladde worst

Vorm 5
Zachte, losse ontlasting met makkelijke stoelgang

Vorm 6
Een papperige, brijige vormloze ontlasting

Vorm 7
Waterige, volledig vloeibare ontlasting

De vormen 1 en 2 wijzen op constipatie, 3 en vooral 4 zijn de ‘ideale uitscheidingvormen’, omdat ze het makkelijkst uit te scheiden zijn, en 5 tot en met 7 neigen naar diarree.

 

Gezonde poep

Gezonde ontlasting ziet er op de Bristol Stool Chart uit als vorm 3 of 4. De poep is lichtbruin tot bruin van kleur, worstvormig en bevat geen slijm of zichtbaar onverteerde etensresten, zoals bijvoorbeeld stukjes onverteerde paprika of maïskorrels. Soms zitten er kleine scheurtjes aan de buitenkant van de ontlasting. Dit geeft aan dat de ontlasting enigszins is ingedroogd. Bij het poepen komt de worst er in een vloeiende beweging uit, zonder te hoeven persen. Bovendien is er weinig papier nodig om de anus weer schoon te maken. Ook zinkt de ontlasting makkelijk en laat het geen sporen achter in de pot. Bovendien stinkt het (bijna) niet. Hoe vaak iemand naar het toilet gaat is per persoon verschillend. Van 1 à 2 keer per dag tot 3 keer in de week is normaal, mits uw buik soepel is en u geen last heeft van een opgeblazen gevoel, winderigheid of buikpijn. Dit laatste neigt namelijk naar eventuele auto-immuniteit.

In geuren en kleuren

Niet alleen de vorm en textuur van de ontlasting zeggen iets over de gezondheid van de ‘boodschapper’. Ook de kleur vormt een bruikbare indicatie voor mogelijke auto-immuniteit. Er zijn veel afwijkingen van de gangbare poepkleur mogelijk, zoals rood, groen, wit en zwart. Heeft uw ontlasting een afwijkende kleur? Ga dan eerst even bij uzelf te rade wat u in de afgelopen 48 uur heeft gegeten. Het eten van spinazie kan de ontlasting groen kleuren terwijl bietjes of rode kool uw poep rood kunnen kleuren. Ziet u geen aanknopingspunten met het diner van gisteravond of met andere dingen die u gegeten heeft? Dan is het waarschijnlijk dat de verkleuring in de toiletpot een andere reden heeft. Een rode kleur in of om uw ontlasting kan wijzen op de aanwezigheid van bloed. Hier hoeft u niet direct van te schrikken. Dit hoeft namelijk niet ernstig te zijn, wellicht heeft u een inwendige aambei die bij het poepen gaat bloeden. Bespreek dit wel met uw huisarts. 

Zwarte poep

Ook zwarte ontlasting kan op een bloeding wijzen, in dit geval aan het begin van het spijsverteringskanaal. Dit is zogenaamd ‘oud bloed’. U herkent het aan de typische metaalgeur. Raadpleeg ook in dit geval uw arts. Het eten van veel ijzerrijke voeding, zoals spinazie of rundvlees kan ook leiden tot zwarte of zeer donkere ontlasting. Datzelfde geldt voor het gebruik van ijzerpreparaten. Groene ontlasting kan duiden op een infectie in het darmkanaal. Hiervoor is dan een salmonella- of clostridiumbacterie verantwoordelijk. Het kan ook ontstaan door het gebruik van laxeermiddelen. Ook kan de kleur groen duiden op de aanwezigheid van een voedselintolerantie. Het is heel goed mogelijk dat groene ontlasting gepaard gaat met diarree. Doordat de ontlasting te snel door de darmen beweegt, kan de groene gal namelijk niet goed worden afgebroken. Een lichtgele tot witte verkleuring van de ontlasting kan wijzen op een blokkering van de galwegen. Gal geeft ontlasting zijn bruine kleur. Als de galwegen geblokkeerd raken, bijvoorbeeld door een galsteen, dan kan de gal de dunne darm niet meer bereiken en raakt de ontlasting als het ware ontkleurd. Een lichtgele tot witte verkleuring van de ontlasting kan gepaard gaan met buikpijn of koliekpijn rechtsboven in de buik. Raadpleeg ook in dit geval uw huisarts. 

Rotte eieren

Niet alleen de kleur van uw ontlasting zegt iets over de mogelijke aanwezigheid van een auto-immuunziekte. Ook de geur van uw poep zegt iets over uw vertering. Een zurige geur kan wijzen op een verminderde vertering van koolhydraten. Als koolhydraten lang in de darmen verblijven, dan zullen darmbacteriën ze namelijk vergisten. Hierbij ontstaan zurig ruikende verbindingen. Een verstoorde eiwitvertering zorgt er daarentegen voor dat er veel onverteerde eiwitten in de dikke darm terechtkomen. Deze eiwitten worden gefermenteerd. Hierbij komen zwavelverbindingen vrij. Dit zorgt ervoor dat de ontlasting naar rotte eieren ruikt. 

Voeding balanceren

Ervaart u problemen met de vertering van uw eten? Dan is het raadzaam om eens goed te kijken naar de samenstelling van uw voeding. Bevat deze veel eiwitten of koolhydraten? Probeer dan uw voeding te balanceren, bijvoorbeeld in overleg met een diëtist of voedingsdeskundige. Ook uw behandelaar van het Functioneel Neurologisch Instituut kan u hierbij adviseren. Blijft u uiteindelijk ook bij een gezond, uitgebalanceerd voedingspatroon problemen houden met uw spijsvertering, dan is het wel belangrijk om uit te zoeken waar deze spijsverteringsproblemen door veroorzaakt worden. Mogelijk werkt uw alvleesklier niet optimaal of is er sprake van een onbalans in de samenstelling van de darmflora. In dat geval kan het zinvol zijn om de vertering een handje te helpen, bijvoorbeeld in de vorm van spijsverteringsenzymen of een voedingssupplement met probiotica. 

 

Snel werkende darmspieren

Ontlasting ondergaat een lange weg voordat het in de toiletpot belandt. De spieren in uw darmen kneden de voedselbrij als het ware door de darmen. Als ze dit heel snel doen, dan ontstaat er dunne ontlasting of diarree. Werken de darmspieren daarentegen traag, dan blijft de voeding te lang in de darm. Er wordt dan te veel water aan de ontlasting onttrokken, waardoor deze droog wordt en er verstopping ontstaat. Het eten van 30 tot 40 gram vezels per dag helpt uw darmen om de voeding in de juiste snelheid richting toiletpot te dirigeren. Krijgt u onvoldoende vezels binnen? Eet dan vezelrijke voeding als groenten, volkoren granen en peulvruchten. Ook het gebruik van een hoogwaardig vezelrijk supplement is een mogelijkheid. Het Functioneel Neurologisch Instituut beveelt het supplement Q3 aan. Q3 draagt bij aan het goed functioneren van de darmspieren en een optimale darmflora en ondersteunt het behoud van een goede spijsvertering.

Dunne derrie

Diarree kan drie mogelijke oorzaken hebben. Het kan ontstaan door psychische stress. Maar ook een pittige maaltijd kan de darmwerking stimuleren. De pittige stoffen prikkelen de darmwand en deze irritatie zorgt voor een versnelde darmwerking. Tot slot kan er ook een lichamelijke oorzaak zijn van diarree. Eet u iets of heeft u iets in uw darmen dat uw immuunsysteem niet fijn vindt, dan zullen de darmen harder werken om het zo snel mogelijk kwijt te raken. U ziet dit effect goed terug bij een voedselvergiftiging. Er ontstaat in zo’n geval hevige diarree. Het lichaam probeert de slechte bacteriën in de darmen immers zo snel mogelijk kwijt te raken. Soms produceren de ziekmakende bacteriën toxische stoffen (cytokinen en chemokinen) die de darmen activeren, waardoor er diarree ontstaat. Bij acute diarree door een voedselvergiftiging is het onverstandig om diarreeremmers te gebruiken. De bacteriën blijven dan immers alleen maar langer in het maagdarmkanaal. 

 

Parasitaire infectie

Een wisselend ontlastingspatroon, waarbij een goede stoelgang met regelmatige tussenpozen wordt afgewisseld met dunne ontlasting of diarree, kan verband houden met een parasitaire infectie. Zodra de door een parasiet gelegde eitjes uitkomen, reageert het immuunsysteem en worden de darmen aangezet om de darminhoud zo snel mogelijk te lozen. Hierna keert de rust weer terug. Het is goed om te weten dat er bij overgevoeligheid voor bepaalde voeding, of bij een darminfectie, niet altijd sprake hoeft te zijn van klassieke waterdunne diarree. Het kan zich namelijk ook uiten in de vorm van brijige ontlasting. In dat geval heeft u veel wc-papier nodig om de anus weer schoon te maken van de zachte plakkerige ontlasting. Ook kan er slijmvorming ontstaan, die u als witte, slijmerige plekken rondom de poep terugziet. Een handige tip bij een vermoeden van voedselovergevoeligheid is om een voedingsdagboekje bij te houden. Hierin houdt u bij wat u eet en drinkt en op welke momenten van de dag. Ook noteert u hierin wanneer u ongemakken, zoals kramp of pijn ervaart. Als u in dit boekje ook stelselmatig de vorm en kleur van uw ontlasting omschrijft, dan is dit voedingsdagboekje een mooi vertrekpunt om samen met een arts of diëtist te bekijken of er sprake is van een verband met specifieke voedingsmiddelen of bepaalde stoffen in uw voeding. 

Ontlastingsonderzoek

Soms kan het zinvol zijn om een ontlastingsonderzoek uit te laten voeren. Met een dergelijk onderzoek kan een parasitaire infectie of darminfectie worden opgespoord. Ook kan de samenstelling van uw darmflora worden bekeken. Bij de interpretatie van de resultaten van een dergelijk ontlastingsonderzoek is het wel belangrijk om uw persoonlijke situatie en voedingspatroon ‘mee te nemen’. Het komt hierbij goed van pas als u in de voorafgaande periode een voedingsdagboekje heeft bijgehouden. 

Contact

Heeft u een vraag of wilt u een intake gesprek aanvragen?

Neem contact op

Direct contact?

Bel 071 - 362 01 01
Maandag t/m vrijdag
8.00 – 17.30 uur

Blijf op de hoogte

Meld u aan en ontvang regelmatig een update van de nieuwste ontwikkelingen rondom het vakgebied functionele neurologie en ons Instituut.

www.fninstitute.com gebruikt cookies om de website te verbeteren en te analyseren, voor social media en om ervoor te zorgen dat je relevante advertenties te zien krijgt. Als je meer wilt weten over deze cookies, klik dan hier voor ons cookie beleid. Bij akkoord geef je www.fninstitute.com toestemming voor het gebruik van cookies op onze website.
 Cookies NIET accepteren