Nieuws

Hartstilstand loopt bij vrouwen vaker fataal af

Elke dag sterven in Nederland 55 vrouwen aan hart- en vaatziekten. Dat zijn elke dag 5 vrouwen meer dan het aantal mannen dat eraan overlijdt, blijkt uit cijfers van de Hartstichting. Vrouwen die een hartstilstand krijgen, worden minder vaak gereanimeerd en ze overlijden vaker dan mannen, blijkt uit onderzoek. “Een hartstilstand wordt als een mannending gezien.” Vrouwen die thuis, in de supermarkt of op straat een hartstilstand krijgen en vervolgens gereanimeerd worden, zijn slechter af dan mannen. Ze overlijden bijna dubbel zo vaak. Van de mannen die gereanimeerd worden, overleeft 20 procent, terwijl dit bij vrouwen slechts 12,5 procent is. Dat blijkt uit onderzoek van Amsterdam UMC, dat is gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift European Heart Journal. “Het is een opvallend groot verschil,” zegt Marieke Blom, een van de onderzoekers. Eerder bleek uit ander onderzoek dat hart- en vaatziekten – bij vrouwen doodsoorzaak nummer 1 – minder vaak worden herkend bij vrouwen.

Reanimatiepogingen

Vrouwen blijken ook in het geval van reanimatie minder kansen te hebben, blijkt nu uit onderzoek naar 5717 reanimatiepogingen tussen 2006 en 2012 in Noord-Holland. Hoe dat komt, is onbekend. Aan de snelheid van de hulpverlening lijkt het niet te liggen. Het kost de centralist van de meldkamer net zo veel tijd om te bepalen dat er waarschijnlijk sprake is van een hartstilstand. En ook ambulanceverpleegkundigen zijn net zo goed in het reanimeren van mannen als van vrouwen, zegt Blom.

Maar uit dit onderzoek komt één opvallend en cruciaal gegeven naar voren: als vrouwen gereanimeerd moeten worden, hebben ze veel minder vaak een zogeheten schokbaar beginritme, een conditie van het hart die de overlevingskans enorm doet toenemen. Bij mannen is dat er in 53 procent van de gevallen, bij vrouwen in slechts 33 procent van de gevallen.

Geen schokbaar beginritme

“Met zo’n ‘ritme’ kan een AED of een defibrillator een schok geven die mogelijk het hart weer opstart,” legt Blom uit. “Zonder zo’n ritme is de kans op overleving zeer gering.

“Bij een schokbaar beginritme is er wel elektriciteit in het hart, maar die is chaotisch. Zo’n hart staat te trillen óf het gaat zo snel dat het niet meer kan pompen. Elke cel wordt op een ander moment geprikkeld. Normaal gesproken moeten de cellen in het hart tegelijk samentrekken, waardoor het hart het bloed kan rondpompen. Met een schok van een AED of een defibrillator wordt de chaos als het ware platgelegd, en heeft de dirigent van het hart – de sinusknoop – weer de kans om tot een normaal, georganiseerd hartritme te komen.”

De kans op overleving is veel kleiner als die schok niet gegeven kan worden. De onderzoekers hebben niet kunnen ontdekken waarom het schokbaar beginritme zo vaak bij vrouwen ontbreekt.

Kortademigheid

Het blijft dus gissen naar een oorzaak. “Er is nog veel onderzoek nodig. Misschien komt het doordat een hartstilstand als een mannending wordt gezien,” zegt Blom. Ook wordt een hartstilstand bij vrouwen minder snel herkend, omdat de symptomen anders zijn. “Vrouwen hebben vaak niet de typische pijn op de borst. Vrouwen kunnen duizelig worden, braken of pijn aan hun nek krijgen. Er kan misselijkheid, extreme vermoeidheid of kortademigheid bij komen. Dan denk je niet meteen aan een dreigende hartstilstand. Misschien dat omstanders daarom niet beginnen te reanimeren.” Het zou goed zijn, vindt Blom, als de symptomen die wijzen op een hartstilstand bij vrouwen een prominente plek krijgen binnen de reanimatiecursussen. “Want ook al is het een zeer fragiele dame die gereanimeerd moet worden, bel dan toch 112 en volg de instructies. Een gebroken rib overleeft ze wel, niet reanimeren niet.” Ook is de vraag waarom minder vrouwen gereanimeerd worden door omstanders. Amerikaanse onderzoekers stelden in 2017 dat omstanders mogelijk bang zijn om de borsten aan te raken. “Daar kopten de kranten: blame your boobs. Maar we hebben het de mensen die de reanimatie zijn gestart niet kunnen vragen.” 

Contact

Heeft u een vraag of wilt u een intake gesprek aanvragen?

Neem contact op

Direct contact?

Bel 071 - 362 01 01
Maandag t/m vrijdag
8.00 – 17.30 uur

Blijf op de hoogte

Meld u aan en ontvang regelmatig een update van de nieuwste ontwikkelingen rondom het vakgebied functionele neurologie en ons Instituut.

www.fninstitute.com gebruikt cookies om de website te verbeteren en te analyseren, voor social media en om ervoor te zorgen dat je relevante advertenties te zien krijgt. Als je meer wilt weten over deze cookies, klik dan hier voor ons cookie beleid. Bij akkoord geef je www.fninstitute.com toestemming voor het gebruik van cookies op onze website.
 Cookies NIET accepteren